Wanneer moet ik weer weg?

Twee jaar geleden kwam ze bij ons, Cienda. Ze was drieënhalf, maar leek hooguit twee. Een kleuter nog en het eerste wat ik haar hoorde zeggen was, wanneer moet ik weer weg? Dat verbaasde me. Ik wist nog niet zoveel van haar, behalve dan dat ze voor de drafsport niet snel genoeg was gebleken. Doordat ik haar niet van en naar de wei krijgen zonder toestanden ben ik haar geschiedenis gaan achterhalen. Ze bleek in anderhalf jaar tijd negen keer van plek verplaatst bij zes verschillende mensen. Ongeduldige trainers, ongeduldige eigenaren. Tsja, niet zo’n gekke vraag dus van haar. Ik kon niets van haar verwachten, realiseerde ik me. Dus we begonnen overnieuw. Hele kleine stapjes, aan de hand, op de grond. En ze beloonde me met vertrouwen en een enorme zachtheid. Zo sensibel, zo alles opmerkend. Niets gaat aan haar voorbij.

Het afgelopen jaar is pittig geweest voor mij, er is veel gebeurd. Ook het niet meer kunnen rijden van Nostradamus was daar een onderdeel van. We zijn zo lang samen daarin geweest. Het plezier, de vrijheid, het fantastische gevoel. Hij droeg me door moeilijke tijden en zette me altijd weer met beide benen op de grond en liet me landen in mijn lichaam. Cienda neemt het stokje over, maar is heel anders en heeft een heel andere voorgeschiedenis. Het is een heel proces haar te leren kennen, te zien wat zíj nodig heeft, wat werkt voor háar.
Onlangs had ik een ander gehakseld ruwvoer uitgeprobeerd. Ik was er al achter dat ze daar veel te heet van werd en was er mee gestopt. Gevoelig voor voer is ze dus ook. Gisteren voelde ik me als herboren na een zwaar jaar waarin er veel was om afscheid van te nemen. Ik voelde vreugde en inspiratie. Twee weken vrij om met Cienda aan de slag te gaan. De band met haar verder uit te bouwen. Een deur die open gaat in plaats van eentje die zich sluit. Daar had ik sterk behoefte aan.

Toen ik aan kwam lopen bij de rijbak zat daar een prachtige, bijna helemaal witte buizerd op de grond. Ik kon mijn ogen bijna niet geloven. Hij bleef ook gewoon zitten op zo’n 8 meter afstand. Dit gaat over gronden, dacht ik. Landen, dat is wat hij mij laat zien. En tegelijkertijd was daar dat stemmetje van twijfel wat er altijd is als ik iets waarneem wat je niet rationeel kunt verklaren. Dat stemmetje zegt dan; pfff, het kan ook gewoon een buizerd zijn die ff op de grond zit vanwege een muis ofzo. Ik liep door en ging met Cienda aan het werk. Het rijden ging lekker. Haar motoriek was veel beter en de overgangetjes gingen goed. Ik genoot.

En plotseling ontplofte ze. Ze stond kaarsrecht overeind om vervolgens haar kont in de lucht te gooien. Ze was niet meer bereikbaar. Zo idioot had ze zich, zelfs op de extreme momenten, nog nooit gedragen. Complete rodeo. De eerste drie, vier steiger/bokken kon ik uitzitten, maar bij de vijfde of de zesde knalde ik op de grond. De lucht sloeg uit mijn lijf en de pijn verlamde me. M’n telefoon, dacht ik, en het lukte toch om iemand te bellen.

Hier lig ik nu, bont en blauw. Ik kan me nauwelijks bewegen, maar niks gebroken, gelukkig. Alle tijd om me af te vragen waar het nou mis ging. En ik denk aan de buizerd. Ik wás niet gegrond, ik was euforisch. Ik was blij dat ik me realiseerde dat ik niet alleen verloren had dit jaar, maar ook met Cienda een nieuwe toekomst heb.

Maar als het zwaar geweest moet je, voordat je met iets nieuws verder kan, rusten. Bijkomen. En in die rust had ik kunnen zien aan haar gedrag dat Cienda de invloed van het andere voer nog niet helemaal kwijt was. Zo was het misschien in haar verleden ook wel gegaan. Dat ze te rijk voer kreeg en afgerekend werd op haar gedrag terwijl ze daar niks aan kon doen. Want ook ik dacht in het eerste half uur dat ik verging van de pijn, misschien moet ze maar weg als ze dit soort dingen doet. Maar ik had nog een paar dagen moeten wachten. Of misschien wel een week, of langer. Alleen, zolang was mijn vakantie niet en ik had me er zo op verheugd. Ik keek niet, ik voelde niet. Ik deed waar ik dácht dat ik behoefte aan had. Ik negeerde het prachtige teken wat ik kreeg omdat mijn hoofd zei dat ik verder moest met wat ik me had voorgenomen.

Een wijze, harde, hele harde les. Gronden, in your face! Mijn ribbenkast in dit geval. Noodgedwongen rust waar ik nog wel even zoet mee ben zodat ik alle tijd heb om te landen…

Scroll naar boven